ECLI:NL:GHAMS:2010:BM2321
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.P.P. Hoekstra
- R. Veldhuisen
- P.A.M. Hoek
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens overmacht bij verblijf als ongewenst vreemdeling in Nederland
De verdachte werd vervolgd voor het als ongewenst vreemdeling in Nederland verblijven op 19 januari 2007, terwijl hij wist dat hij op grond van de Vreemdelingenwet 2000 tot ongewenst vreemdeling was verklaard. De raadsvrouw voerde aan dat de ongewenstverklaring achteraf onterecht was en dat terugwerkende kracht aan de opheffing daarvan moest worden toegekend, wat tot vrijspraak zou moeten leiden.
Het hof oordeelde dat de opheffing van de ongewenstverklaring, die plaatsvond in 2009 op basis van het risico van schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Eritrea, geen terugwerkende kracht kon hebben tot 2007. Uit getuigenverklaringen bleek dat het risico op schending van artikel 3 EVRM Pro ook in 2007 bestond, waardoor de verdachte in een situatie van overmacht verkeerde.
Het hof verwierp het formele verweer van niet-ontvankelijkheid en het bewijsverweer van de verdediging. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde stond vast, maar de verdachte werd niet strafbaar geacht vanwege het beroep op overmacht. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en de verdachte werd vrijgesproken en ontslagen van alle rechtsvervolging.
Uitkomst: De verdachte wordt vrijgesproken en ontslagen van alle rechtsvervolging wegens overmacht.