ECLI:NL:GHAMS:2010:BL9386
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- N. van Wijnen-Vergeer
- L.A.J. Dun
- F.M.D. Aardema
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek immateriële schadevergoeding na vrijspraak drievoudige moord
De erven van een vrijgesproken verdachte hebben een verzoek ingediend op grond van artikel 89 Sv Pro tot vergoeding van schade die zij stellen te hebben geleden door de voorlopige hechtenis van hun overleden familielid. Zij vorderen een bedrag van 1.000.000 euro aan immateriële schade en een pro memorie-post aan materiële schade.
Het hof heeft het verzoek inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat op grond van artikel 89, zesde lid, Sv immateriële schadevergoeding aan de erven niet kan worden toegekend. Het verzoek tot materiële schadevergoeding is afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De erven werden niet-ontvankelijk verklaard voor het deel van het verzoek dat ziet op immateriële schade.
De erven voerden aan dat hun familielid bij leven nadrukkelijk had aangegeven dat zij het verzoek om schadevergoeding, inclusief immateriële schade, namens hem mochten indienen. Het hof oordeelde echter dat het intrekken van het cassatieberoep door het openbaar ministerie het einde van de strafzaak markeerde en dat de immateriële schadevergoeding niet aan de erven kan worden toegekend omdat de verzoeker vóór het indienen van het verzoek was overleden.
De rechtbank wees het bewijsaanbod van de erven af en bevestigde dat het verzoek onvoldoende was onderbouwd. De beschikking werd uitgesproken door de zevende meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 26 maart 2010.
Uitkomst: Verzoek tot immateriële schadevergoeding door erven niet-ontvankelijk verklaard en verzoek tot materiële schade afgewezen.