ECLI:NL:GHAMS:2010:BL8048
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- P.M. Brilman
- R.C.P. Haentjens
- M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voor voorwaardelijk opzet bij invoer cocaïne, wel veroordeeld voor culpoze variant
De verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk binnenbrengen van cocaïne in Nederland. Het hof oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om voorwaardelijk opzet vast te stellen, omdat verdachte geen verdachte omstandigheden kende die hem tot nader onderzoek hadden moeten bewegen. Hij had de knollen voor een bekende meegenomen zonder vergoeding en zonder aanwijzingen dat deze drugs bevatten.
Hoewel het hof de wisselende verklaringen van verdachte niet geloofwaardig achtte, vond het dat deze voortkwamen uit angst en desoriëntatie en niet noodzakelijkerwijs duidden op kennis van de drugssmokkel. De verdachte werd daarom vrijgesproken van het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet.
Wel werd vastgesteld dat de verdachte verwijtbaar had gehandeld door onvoldoende onderzoek te doen naar de inhoud van zijn bagage, waardoor hij strafbaar was voor de culpoze variant van het delict. Het hof legde een gevangenisstraf van zes maanden op, rekening houdend met zijn eerdere strafrechtelijke verleden en de omstandigheden van het feit.
De in beslag genomen goederen werden deels verbeurd verklaard, met uitzondering van een zwart Samsung-telefoon die aan de verdachte werd teruggegeven. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven en de tijd in voorlopige hechtenis werd in mindering gebracht op de straf.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van voorwaardelijk opzet maar veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf voor culpoze invoer van cocaïne.