ECLI:NL:GHAMS:2010:BL3467
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M. Wigleven
- M.M.A. Gerritzen-Gunst
- W.K. van Duren
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie bij onvoldoende financiële stukken man
Partijen zijn in 1983 in gemeenschap van goederen gehuwd en zijn in 2007 feitelijk gescheiden gaan leven. De echtscheiding werd in 2009 ingeschreven. Uit het huwelijk zijn twee kinderen geboren. De man is directeur-grootaandeelhouder van een onderneming met meerdere BV's, waarvan één sinds 2006 geen activiteiten meer verricht.
De vrouw vroeg een partneralimentatie van €5.000 bruto per maand, terwijl de rechtbank een bedrag van €3.500 per maand vaststelde. De man ging in hoger beroep tegen dit bedrag en verzocht om afwijzing van het verzoek of een lagere uitkering. Het hof stelde vast dat de vrouw haar behoefte niet met stukken onderbouwde, maar dat de gebruikelijke norm van 60% van het netto besteedbaar gezinsinkomen gehanteerd kon worden.
Het hof kon de draagkracht van de man niet beoordelen vanwege het ontbreken van definitieve en volledige fiscale stukken over de jaren 2006 tot en met 2008. De man had onvoldoende inzicht gegeven in zijn financiële situatie, ondanks meerdere kansen. Daarom kwam het hof tot de conclusie dat het verzoek van de man moet worden afgewezen en bekrachtigde het de beschikking van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking tot betaling van €3.500 per maand partneralimentatie vanwege onvoldoende financiële stukken man.