ECLI:NL:GHAMS:2009:BN0922
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. van Haeringen
- R.G. Kemmers
- S.F.M. Wortmann
- Rechtspraak.nl
Moeder krijgt eenhoofdig gezag over kind met dubbele nationaliteit
In deze zaak ging het om de vraag wie het ouderlijk gezag over het kind met dubbele nationaliteit (Nederlands en Grieks) uitoefent. De moeder had primair verzocht om vaststelling dat zij het eenhoofdig gezag over het kind uitoefent, nadat de rechtbank dit verzoek niet had toegekend. De vader betwistte het belang van de moeder bij dit verzoek en stelde dat zij het gezag niet alleen kan uitoefenen.
Het hof oordeelde dat de moeder wel degelijk belang had bij haar verzoek, mede omdat de rechtbank geen eenduidige beslissing had genomen over het gezag. Het hof stelde vast dat het gezag dat van rechtswege geldt, moet worden beoordeeld aan de hand van het recht van de effectieve nationaliteit van het kind. Omdat het kind in Nederland woont en de Nederlandse nationaliteit heeft, is Nederlands recht van toepassing.
Op grond van artikel 1:253b BW is de moeder als enige belast met het gezag over het kind. De stelling van de vader dat de moeder het kind zou hebben ontvoerd, werd verworpen. Het hof vernietigde daarom het bestreden vonnis voor zover het het gezag betreft en verklaarde dat de moeder het eenhoofdig gezag over het kind heeft.
Uitkomst: De moeder wordt uitsluitend belast met het ouderlijk gezag over het kind.