ECLI:NL:GHAMS:2009:BM1888
Gerechtshof Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen leden derde meervoudige belastingkamer Gerechtshof Amsterdam
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de leden van de derde meervoudige belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam, omdat hem niet werd toegestaan zijn standpunt over een voorlopig oordeel inzake het vertrouwensbeginsel opnieuw te bepleiten, noch een getuige op te roepen.
De wrakingskamer overwoog dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden een zwaarwegende aanwijzing geven voor vooringenomenheid. Het enkele feit dat een ongunstige beslissing werd genomen, is onvoldoende voor wraking.
De kamer had het verloop van de mondelinge behandeling bepaald en een voorlopig oordeel gegeven, waarop verzoeker schriftelijk had gereageerd. Het niet toestaan van hernieuwde behandeling zonder nieuwe feiten was niet onpartijdig.
Ook het uitstellen van de beslissing over het horen van een getuige bood geen aanwijzing voor vooringenomenheid. Gelet op het ontbreken van aanvullende feiten wees de wrakingskamer het verzoek af.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de raadsheren van de derde meervoudige belastingkamer is afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.