ECLI:NL:GHAMS:2009:BL9317
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Uitleg bonusregeling en escrow-account bij beëindiging arbeidsovereenkomst
Curvalue II B.V. en een werknemer zijn in geschil over de uitleg van een bonusregeling, met name de bepaling omtrent de escrow-account die een deel van de bonus inhoudt.
De werknemer was market maker en bouwde tussen 1997 en 2000 een bedrag op de escrow-account op. Na zijn opzegging en vrijstelling van werkzaamheden per 18 december 2006, stelde Curvalue dat vanwege een negatief handelsresultaat op dat moment de escrow-account geheel kon worden ingehouden.
Het hof oordeelt dat de peildatum voor het handelsresultaat niet de datum van feitelijke werkstaking is, maar de datum van het einde van de arbeidsovereenkomst (31 januari 2007). Curvalue had de werknemer hierover moeten informeren. Ook is het beroep van Curvalue op manipulatie ongegrond.
Verder is het beroep van de werknemer op vernietiging van de escrow-regeling wegens strijd met artikel 7:624 lid 4 BW Pro te laat. De bonusbedragen op de escrow-account worden geacht telkens te zijn uitbetaald, zodat geen sprake is van loonachterstand en wettelijke verhoging.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter, veroordeelt Curvalue in de proceskosten van het principaal appel en de werknemer in die van het incidenteel appel.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt Curvalue tot uitbetaling van de escrow-account met rente.