ECLI:NL:GHAMS:2009:BL9051
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.P. Fokker
- I.A. Katz-Soeterboek
- H. van Loo
- Rechtspraak.nl
Afwijzing exhibitieplichtvordering in geschil over huurovereenkomst bedrijfsruimte La Vie Utrecht
Tussen PMT als verhuurder en [appellante] als huurder bestaat een huurovereenkomst voor bedrijfsruimte in winkelcentrum La Vie te Utrecht. PMT zegde de overeenkomst op vanwege uitbreidingsplannen van De Bijenkorf, die een groot deel van het winkelcentrum huurt. [appellante] stelde zich in hoger beroep tegen het vonnis dat de huurovereenkomst beëindigde en vorderde incidenteel exhibitie van stukken op grond van artikel 843a Rv om haar verweer te onderbouwen.
Het hof overwoog dat de gevraagde stukken betrekking hadden op onderhandelingen en correspondentie tussen PMT en De Bijenkorf over huurprijs en opzeggingen. Uit verklaringen van getuigen, waaronder leidinggevenden van De Bijenkorf, bleek dat Maxeda, de moedermaatschappij, goedkeuring had gegeven aan uitbreidingsplannen onder de voorwaarde dat [appellante] en een andere huurder het pand zouden verlaten.
Het hof oordeelde dat het belang van [appellante] bij de gevraagde stukken niet aannemelijk was en dat een behoorlijke rechtspleging ook zonder deze stukken gewaarborgd was, mede omdat bewijs ook via getuigen kan worden verkregen. Een bevel tot exhibitie werd daarom afgewezen, en [appellante] werd veroordeeld in de kosten van het incident.
Uitkomst: De vordering tot exhibitie van stukken wordt afgewezen en [appellante] wordt veroordeeld in de kosten van het incident.