ECLI:NL:GHAMS:2009:BL3644
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- B.M. Mens
- C.G. ter Veer
- P.L.R. Wefers Bettink
- Rechtspraak.nl
Executiemaatregelen en verrekening van aflossing huwelijkse schulden met kinderalimentatie
In deze zaak staat de vraag centraal of de vrouw executiemaatregelen mag treffen op basis van een alimentatiebeschikking en of aflossingen van huwelijkse schulden verrekend kunnen worden met verschuldigde kinderalimentatie. De voorzieningenrechter had eerder geoordeeld dat de vordering van de vrouw deels verjaard was en dat verrekening niet mogelijk was, maar het hof vernietigt deze beslissingen.
Het hof oordeelt dat de verjaring is gestuit door een beslaglegging in oktober 2003, die rechtsgeldig aan de man is betekend via zijn partner. Verder is vastgesteld dat partijen tijdens de echtscheidingsprocedure overeenkwamen dat de vrouw de alimentatie zou doorbetalen ter aflossing van huwelijkse schulden, een afspraak die de man niet is nagekomen. Hierdoor is verrekening van aflossingen met de alimentatie gerechtvaardigd en redelijk.
De man had ook een grief over de verdeling van de schuld aan de ABN AMRO Bank, die het hof gegrond acht omdat deze schuld als huwelijkse schuld door partijen ieder voor de helft moet worden gedragen. Het hof vernietigt het bestreden vonnis en wijst de vorderingen van de man af, compenseert de proceskosten en bevestigt het recht van de vrouw om executiemaatregelen te treffen tot het vastgestelde bedrag van achterstallige alimentatie en kosten.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst de vorderingen van de man af, waarbij de vrouw gerechtigd blijft executiemaatregelen te treffen voor achterstallige kinderalimentatie.