ECLI:NL:GHAMS:2009:BL1062
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.P. Fokker
- H. van Loo
- W. Duitemeijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging non-concurrentiebeding en afwijzing beroep op gerechtvaardigd vertrouwen bij overstap naar concurrerende onderneming
Deze zaak betreft een geschil tussen appellant en VCS Energy & ICT B.V. over de geldigheid en handhaving van een non-concurrentie- en relatiebeding in de arbeidsovereenkomst van appellant. Appellant trad in dienst bij Energy Art B.V., een concurrerende onderneming, waarna VCS een kort geding startte om handhaving van het beding af te dwingen.
Appellant stelde dat hij gerechtvaardigd mocht vertrouwen op het niet-handhaven van het beding, onder meer op basis van afspraken tussen VCS en Energy Art B.V. bij een aandelentransactie en e-mailcorrespondentie met de directeur van VCS. Het hof oordeelde echter dat deze afspraken niet jegens appellant werkten en dat de e-mails onvoldoende grond boden voor gerechtvaardigd vertrouwen.
Het hof bevestigde dat het non-concurrentie- en relatiebeding geldig is en dat VCS een zwaarwegend belang heeft bij bescherming van haar bedrijfsdebiet, wat door het verlies van een belangrijke klant werd onderstreept. De gevorderde vergoeding op grond van artikel 7:653 BW Pro werd afgewezen omdat appellant niet aannemelijk maakte dat het beding hem ernstig belemmerde. Ook het incidenteel hoger beroep van VCS om appellant uit dienst te laten treden bij Energy Art B.V. werd afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.
De kosten van het hoger beroep werden verdeeld conform de uitkomst, waarbij appellant werd veroordeeld in de kosten van het principaal hoger beroep en VCS in die van het incidenteel hoger beroep. Het arrest bevestigt de geldigheid en handhaving van het non-concurrentiebeding en wijst het beroep op gerechtvaardigd vertrouwen af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst het hoger beroep van appellant en het incidenteel hoger beroep van VCS af.