ECLI:NL:GHAMS:2009:BK8048
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Driessen-Poortvliet
- R.G. Kemmers
- P.J.W.M. Sliepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging uithuisplaatsing minderjarige wegens bedreigde ontwikkeling en omgangsperikelen
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de kinderrechter die machtiging gaf tot uithuisplaatsing van haar minderjarige kind bij pleegouders voor de duur van een jaar. De moeder betwistte de gronden voor uithuisplaatsing en stelde dat zij bereid was mee te werken aan een omgangsregeling met de vader, maar dat BJZNH onvoldoende rekening hield met haar wensen en bezwaren.
Het hof constateerde dat er onvoldoende duidelijkheid bestond over de opvoedsituatie en ontwikkeling van de minderjarige. Uit diverse rapporten en het verhandelde ter zitting bleek dat de ontwikkeling van het kind werd bedreigd door het loyaliteitsconflict veroorzaakt door de weerstand van de moeder tegen omgang met de vader. De minderjarige vertoonde gedragsproblemen en gaf zorgelijke signalen, zoals nachtmerries en spanning na contact met ouders.
BJZNH had ondanks meerdere pogingen onvoldoende zicht op de situatie en wilde een diagnostisch onderzoek laten verrichten, waarvoor de moeder pas laat toestemming gaf. Het hof achtte dit onderzoek noodzakelijk en vond geen aanleiding voor een apart raadsonderzoek naar de noodzaak van uithuisplaatsing.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde bekrachtiging van de beschikking. Het hof concludeerde dat de gronden voor uithuisplaatsing aanwezig waren ten tijde van de beschikking en nog steeds bestonden. Het hoger beroep van de moeder werd afgewezen en de beschikking bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij pleegouders en wijst het hoger beroep van de moeder af.