ECLI:NL:GHAMS:2009:BK7372
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling wegens ontbreken procesvertegenwoordiging bewindvoerder
In deze zaak is de wettelijke schuldsaneringsregeling van appellante tussentijds beëindigd door de rechtbank Utrecht wegens het niet nakomen van de informatieplicht door appellante. Zij heeft belangrijke wijzigingen in haar woonsituatie niet gemeld aan de bewindvoerder en de sociale dienst, ondanks herhaalde verzoeken. Appellante ging in hoger beroep tegen deze beëindiging en verzocht het hof het vonnis te vernietigen en de regeling voort te zetten.
Het hof heeft geoordeeld dat op grond van artikel 1:441 lid 1 BW Pro de beschermingsbewindvoerder formeel de procespartij is in procedures die de schuldsaneringsregeling betreffen, omdat deze regeling invloed heeft op het onder bewind gestelde vermogen van de schuldenaar. Aangezien het hoger beroep niet door de bewindvoerder maar door appellante zelf was ingesteld, is zij niet-ontvankelijk.
Daarnaast heeft het hof overwogen dat, indien inhoudelijk op het hoger beroep was ingegaan, de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling terecht was. Appellante heeft haar informatieplicht niet nagekomen en nieuwe schulden laten ontstaan die zij niet kan aflossen binnen de looptijd van de regeling.
Het arrest is gewezen door drie raadsheren en uitgesproken op 5 oktober 2009.
Uitkomst: Appellante is niet-ontvankelijk in haar hoger beroep omdat het hoger beroep niet door haar beschermingsbewindvoerder is ingesteld.