ECLI:NL:GHAMS:2009:BK2821
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Driessen-Poortvliet
- R.G. Kemmers
- H.L.L. Neervoort-Briët
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot benoeming bijzonder curator wegens ontbreken wezenlijk conflict
De moeder van de minderjarige heeft bij het gerechtshof Amsterdam hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de kinderrechter waarin haar verzoek tot benoeming van een bijzonder curator werd afgewezen. Zij stelde dat de belangen van de minderjarige conflicteren met die van de vader en dat de minderjarige geen contact meer met haar vader wenst.
Het hof overwoog dat uit de parlementaire geschiedenis van artikel 1:250 BW Pro blijkt dat een bijzonder curator alleen wordt benoemd bij een wezenlijk conflict over de verzorging en opvoeding tussen de minderjarige en diens wettelijke vertegenwoordiger. Een conflict over de wijze van behandeling van de minderjarige valt hier niet onder. Bovendien was uit de zitting gebleken dat de minderjarige zelf geen behoefte heeft aan een bijzonder curator en gebaat is bij rust.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde eveneens om de beschikking te bekrachtigen. Gezien het ontbreken van een wezenlijk conflict en het belang van de minderjarige, besloot het hof het verzoek van de moeder af te wijzen en de beschikking van de kinderrechter te bekrachtigen.
Uitkomst: Het verzoek tot benoeming van een bijzonder curator wordt afgewezen wegens het ontbreken van een wezenlijk conflict.