ECLI:NL:GHAMS:2009:BK1094
Gerechtshof Amsterdam
- Verzet
- R.J.M. Smit
- M.A. Goslings
- A. Rutten-Roos
- Rechtspraak.nl
Verzet te laat ingesteld na verstekvonnis in civiele procedure
In deze civiele procedure stond centraal of het verzet van [Y] tegen een verstekvonnis tijdig was ingesteld. Het verstekvonnis was op 12 maart 2008 gewezen en op 19 maart 2008 per brief aan de statutair bestuurder van [Y], [Z], toegezonden. Deze brief en het vonnis werden ook aan de advocaat van [Y] overhandigd, die op 25 maart 2008 om toezending van de processtukken vroeg.
De rechtbank had geoordeeld dat het verzet tijdig was ingesteld, maar het hof stelde vast dat de kennisname van het vonnis door [Y] en haar advocaat een daad van bekendheid vormde. Hierdoor begon de termijn van vier weken voor het instellen van verzet te lopen op 20 maart 2008. Het verzet werd echter pas op 9 mei 2008 ingesteld, wat te laat was.
Het hof verwierp de stelling van [Y] dat haar bestuurder door ziekte niet in staat was het vonnis te lezen, en oordeelde dat het verzet niet-ontvankelijk verklaard moest worden. Het bestreden vonnis werd vernietigd en het verstekvonnis bleef in stand. [Y] werd veroordeeld in de kosten van het verzet en het hoger beroep.
Uitkomst: Het verzet van [Y] tegen het verstekvonnis is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.