ECLI:NL:GHAMS:2009:BK0758
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.G. Kemmers
- C.G. Kleene-Eijk
- E.A. Maan
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep op bijdrage levensonderhoud vrouw na echtscheiding en kosten verzorging minderjarige
Partijen zijn in 2002 gehuwd en zijn in 2009 gescheiden. Uit het huwelijk is een minderjarige geboren in 2005. De vrouw, geboren in 1981, werkt in loondienst met een bruto maandsalaris van €1.135, terwijl de man, geboren in 1976, werkzaam is bij de Korps landelijke politiediensten met een bruto maandsalaris van €2.442 plus toelagen. De vrouw verzoekt in hoger beroep om een uitkering tot haar levensonderhoud van €315 per maand, naast de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige.
Het hof oordeelt dat de vrouw ontvankelijk is in haar verzoek tot nevenvoorziening, dat voor het eerst in hoger beroep is gedaan. De man stelt dat hij niet in staat is tot betaling, maar het hof acht zijn draagkracht voldoende, rekening houdend met een redelijke woonlast van €500 per maand en omgangskosten van €33 per maand. De man wordt aangemerkt als alleenstaande omdat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat hij samenwoont met een partner.
Het hof wijst het primaire verzoek van de vrouw toe en bepaalt de uitkering tot levensonderhoud op €315 per maand met ingang van de dag van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking. Het subsidiaire verzoek wordt niet behandeld. De beschikking wordt bekrachtigd en uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof bepaalt een uitkering tot levensonderhoud van de vrouw van €315 per maand en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.