ECLI:NL:GHAMS:2009:BK0605
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.M.A. Gerritzen-Gunst
- C.G. Kleene-Eijk
- S.F.M. Wortmann
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie: behoefte en draagkracht na echtscheiding
Partijen zijn in 1973 gehuwd en sinds mei 2008 feitelijk gescheiden. De rechtbank had bepaald dat de man vanaf de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking een uitkering van €250 per maand aan de vrouw moest betalen. De vrouw vorderde een hogere uitkering van €900 per maand. Het hof onderzocht de behoefte van de vrouw en de draagkracht van de man op basis van hun netto gezinsinkomen in 2008, waarbij incidentele vergoedingen van de man buiten beschouwing werden gelaten.
De vrouw had een netto aanvullende behoefte van €898 bruto per maand, maar het hof hield ook rekening met de draagkracht van de man, inclusief zijn woonlasten, herinrichtingskosten en advocaatkosten. Bij de jusvergelijking werd mede meegenomen dat de inwonende zoon van de vrouw geacht werd de helft van haar woonlasten te dragen. Het hof stelde vast dat een redelijke partneralimentatie €410 per maand bedraagt.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis voor zover het de alimentatie betrof en bepaalde dat de man vanaf 23 december 2008 maandelijks €410 aan de vrouw moet betalen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het overige in hoger beroep werd afgewezen.
Uitkomst: De man moet vanaf 23 december 2008 maandelijks €410 aan partneralimentatie aan de vrouw betalen.