ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ8496
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Huur woonruimte: weigering opgave zolderberging niet redelijk, verbouwing zolder voor risico verhuurder
In deze zaak stond centraal of de huurovereenkomst tussen verhuurders en huurder terecht kon worden beëindigd omdat huurder niet instemde met een redelijk aanbod tot het aangaan van een nieuwe huurovereenkomst zonder de zolderberging. De verhuurders wilden de zolderetage verbouwen tot woonruimte en de berging betrekken bij die verbouwing. Huurder gebruikte de berging echter voor opslag en stelde dat hij deze nodig had.
De kantonrechter had de huurovereenkomst beëindigd en huurder veroordeeld tot ontruiming, met een aanbod tot nieuwe huurovereenkomst zonder berging. Huurder aanvaardde dit aanbod onder voorbehoud van hoger beroep en ruimde de berging. In hoger beroep stelde het hof vast dat huurder een zwaarwegend belang had bij behoud van de berging, omdat hij reeds een kamer voor opslag gebruikte en opslag in een externe ruimte geen gelijkwaardig alternatief was.
Verhuurder had een legitiem financieel belang bij beëindiging van de huurovereenkomst om de zolderetage als zelfstandige woonruimte te verhuren, maar dit belang woog minder zwaar dan het belang van huurder. Bovendien had verhuurder het risico genomen door te verbouwen terwijl het vonnis nog niet definitief was.
Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en wees de vordering van verhuurder af. Verhuurder werd veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en wijst de vordering van verhuurders af, waarbij zij in de proceskosten worden veroordeeld.