ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ5563
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.G. Kemmers
- A. van Haeringen
- J.A. van Keulen
- Rechtspraak.nl
Uitbreiding omgangsregeling en zorgverdeling tussen ouders na beëindiging relatie
De zaak betreft een geschil tussen ouders over de omgangsregeling voor hun kind na beëindiging van hun relatie. De vader verzocht primair om een co-ouderschapsregeling met een gelijke verdeling van zorg en opvoeding, terwijl de moeder een beperktere omgang wenste, mede vanwege het belang van het kind en de aanwezigheid van halfbroer en halfzus.
De rechtbank had een omgangsregeling vastgesteld met geleidelijke uitbreiding, maar de vader ging hiertegen in hoger beroep. De moeder voerde incidenteel hoger beroep en wilde de omgang beperken tot een standaard weekendregeling. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde een opbouw naar co-ouderschap.
Het hof overwoog dat de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding niet automatisch een 50-50 verdeling oplegt, maar het belang van het kind centraal staat. Gezien de slechte communicatie en het gebrek aan bereidheid van de moeder tot co-ouderschap achtte het hof een volledige co-ouderschapsregeling niet in het belang van het kind.
Het hof besloot de omgangsregeling uit te breiden zodat het kind wekelijks donderdag en vrijdag bij de vader is, plus één weekend per twee weken, zodat het kind de vader regelmatig kan zien. Tevens benadrukte het hof dat ouders elkaar vrij moeten laten in de invulling van verzorging en opvoeding tijdens de omgangsperiode.
Uitkomst: Het hof breidt de omgangsregeling uit met wekelijkse donderdag- en vrijdagopvang en één weekend per veertien dagen bij de vader, vanwege het belang van het kind en gebrekkige communicatie tussen ouders.