ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ5372
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M. Wigleven
- M.M.A. Gerritzen-Gunst
- F.A.A. Duynstee
- Rechtspraak.nl
Benoeming bewindvoerder en mentor op verzoek van betrokkene met uitdrukkelijke voorkeur
In deze civiele zaak stond de benoeming van een bewindvoerder en mentor voor de heer A centraal. De rechtbank had eerder een beschikking gegeven waarbij de heer Z was benoemd, maar appellant, de jongste zoon van de heer A, kwam in hoger beroep met het verzoek om hem te benoemen als bewindvoerder en mentor.
De heer A, die sinds 2007 in een zorginstelling verblijft, sprak tijdens de zitting uit dat hij de voorkeur gaf aan appellant als bewindvoerder en mentor, omdat deze hem dagelijks bezoekt en zijn belangen behartigt. De overige familieleden, waaronder de ex-echtgenote en andere zonen, hadden bezwaren tegen deze benoeming, maar de ex-echtgenote had haar belang inmiddels verloren door ondertekening van het echtscheidingsconvenant.
Het hof stelde vast dat er geen gegronde redenen waren om de uitdrukkelijke voorkeur van de heer A te negeren. De samenwerking tussen appellant en de eerder benoemde bewindvoerder verliep voorspoedig en de financiële belangen waren gering. Daarom vernietigde het hof de eerdere beschikking en benoemde appellant tot bewindvoerder en mentor, waarbij de beschikking uitvoerbaar bij voorraad werd verklaard.
Uitkomst: Appellant wordt benoemd tot bewindvoerder en mentor van de heer A, conform diens uitdrukkelijke voorkeur.