ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ4558
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.E. van Zandwijk-Hillebrands
- G.J. Driessen-Poortvliet
- R.G. Kemmers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot omgangsregeling en vervangende erkenning in belang minderjarige
De man, vader van de minderjarige, heeft hoger beroep ingesteld tegen een beschikking die zijn verzoek tot vervangende toestemming voor erkenning en het vaststellen van een omgangsregeling afwees. De moeder heeft het gezag over het kind en het kind verblijft bij haar. De man heeft een strafrechtelijk verleden met veroordelingen voor mishandeling en huiselijk geweld, en er is een contactverbod opgelegd.
Het hof overweegt dat het belang van het kind en de moeder bij een ongestoorde en veilige opvoedingssituatie prevaleert boven het belang van de vader bij erkenning en omgang. De vader heeft tot op heden geen betekenisvolle rol in het leven van het kind gespeeld en de verhouding tussen vader en moeder is slecht, met incidenten en spanningen die de moeder psychisch belasten.
De omgangsregeling wordt afgewezen omdat het risico op negatieve gevolgen voor de stabiele relatie tussen moeder en kind te groot is. Ook het verzoek tot vervangende erkenning wordt afgewezen omdat erkenning het stabiele opvoedklimaat kan verstoren. Het hof bekrachtigt de eerdere beschikking en wijst zowel het principaal hoger beroep van de man als het incidenteel hoger beroep van de bijzonder curator af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot vervangende erkenning en het vaststellen van een omgangsregeling af in het belang van het kind en de moeder.