ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ4554
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.G. Kemmers
- M. Wigleven
- J.A. van Keulen
- Rechtspraak.nl
Wijziging alimentatieverplichting na echtscheiding met bepaling draagkracht en behoefte
Partijen zijn in 1969 gehuwd en in 2007 gescheiden. De man was verplicht een bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw te betalen, vastgesteld op €225 per maand in 2006, geïndexeerd naar €234 in 2008. De man verzocht om beëindiging of verlaging van deze alimentatie, stellende dat hij geen draagkracht had en de vrouw zelf inkomen kon verwerven.
Het hof onderzocht de draagkracht van de man aan de hand van zijn gemiddelde winst uit onderneming over 2006-2008, vastgesteld op €15.239 per jaar. De vrouw ontving een WAO-uitkering en had beperkte woonlasten, maar was sinds 2009 actief met een uitzendbureau. Het hof oordeelde dat zij in staat was zelf inkomen te verwerven en dat de draagkracht van de man moest worden berekend volgens de alleenstaandennorm, rekening houdend met de helft van de woonlasten.
Gelet op deze omstandigheden stelde het hof de alimentatie vast op €122 per maand met ingang van 23 april 2008, de datum waarop de vrouw redelijkerwijs rekening kon houden met een lagere bijdrage. Betalingen boven dit bedrag hoefden niet te worden teruggevorderd. De beschikking van de rechtbank Haarlem werd vernietigd en vervangen door deze nieuwe regeling.
Uitkomst: De man moet vanaf 23 april 2008 een alimentatie van €122 per maand aan de vrouw betalen.