ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ2691
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.H.A. Scholten
- W.H.F.M. Cortenraad
- M.P. van Achterberg
- Rechtspraak.nl
Verbindendverklaring collectieve vaststellingsovereenkomst over schadevergoeding aandeelhouders Vedior
Op 30 november 2007 werden berichten bekend over mogelijke overnamebesprekingen tussen Vedior en Randstad, waarna de handel in aandelen Vedior tijdelijk werd stilgelegd. Vedior maakte de besprekingen pas om 12.16 uur openbaar, terwijl tussen 9.00 en 11.34 uur aandelen Vedior werden verkocht tegen lagere prijzen dan na de bekendmaking. De Vereniging van Effectenbezitters (VEB) stelde dat Vedior hiermee haar openbaarmakingsplicht had geschonden, wat schade veroorzaakte bij aandeelhouders.
Randstad, als rechtsopvolger van Vedior, sloot met de VEB en een stichting een collectieve vaststellingsovereenkomst waarbij een fonds van maximaal €4.250.000 werd gevormd om vergoedingen toe te kennen aan de benadeelde aandeelhouders. De vergoeding bedraagt 80% van het koersverschil tussen de verkoopprijs vóór 11.34 uur en de koers bij hervatting van de handel (€15,80).
Het hof oordeelde dat de overeenkomst voldoet aan de vereisten van artikel 7:907 BW Pro, dat de belangen van de aandeelhouders voldoende worden behartigd door de VEB en de Stichting, en dat de regeling redelijk en uitvoerbaar is. De verbindendverklaring maakt de regeling bindend voor alle gerechtigden, tenzij zij binnen drie maanden schriftelijk laten weten niet gebonden te willen zijn. De beschikking is onherroepelijk en bevat nadere bepalingen over de communicatie aan gerechtigden.
Uitkomst: Het hof verklaart de collectieve vaststellingsovereenkomst verbindend voor de benadeelde aandeelhouders Vedior en de rechtverkrijgenden.