ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ1916
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- B.P.J.A.M. van der Pol
- M.J. Stolwerk
- L.E.M. Hendriks
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor bedrijfsmatig aantrekken en bemiddelen van opvorderbare gelden zonder vergunning
De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het bedrijfsmatig aantrekken en bemiddelen van opvorderbare gelden van het publiek zonder de vereiste vergunning, in strijd met artikel 82 lid 1 van Pro de Wet toezicht kredietwezen 1992. De feiten betroffen perioden tussen december 1998 en juni 2000, waarbij grote bedragen van diverse benadeelden werden aangetrokken en beheerd via rekeningen van Stichting [A], [C] Inc. en privé-rekeningen van verdachte.
Het hof verwierp het verweer van niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie ondanks de lange duur van de procedure (meer dan acht jaar), en ook het beroep op rechtsdwaling werd afgewezen. Het hof stelde vast dat verdachte medepleger was in nauwe samenwerking met zijn zoon, medeverdachte en [persoon 1], en dat het opzet gericht was op het bedrijfsmatig aantrekken en bemiddelen van gelden.
Bewijs werd geleverd door verklaringen, bankgegevens en contracten. Verdachte had geen vergunning en kon niet volstaan met het advies van een Duitse advocaat of notaris. De straf werd vastgesteld op drie maanden gevangenisstraf, waarvan de uitvoering werd opgeschort onder voorwaarden, mede vanwege de hoge leeftijd en gezondheid van verdachte.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf waarvan voorwaardelijk wegens overtreding van artikel 82 lid 1 Wet toezicht kredietwezen 1992.