ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ1826
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.E. Kostense
- J. den Boer
- E.F. Faase
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over hoorplicht bij bezwaar tegen vennootschapsbelastingaanslag 2003
Belanghebbende, een vennootschap, kreeg voor het jaar 2003 een ambtshalve aanslag vennootschapsbelasting opgelegd met een belastbare winst van €425.000, verminderd met een verlies van €412.015, wat resulteerde in een belastbaar bedrag van €12.985. Belanghebbende maakte bezwaar en vroeg uitstel voor het motiveren van het bezwaar tot 12 december 2005. De inspecteur wees het bezwaar af zonder belanghebbende te horen, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond werd geacht.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat zij in de bezwaarfase had moeten worden gehoord. Het Hof oordeelde dat de inspecteur niet redelijkerwijs kon besluiten dat het bezwaar kennelijk ongegrond was, mede vanwege de brief van 9 november 2005 waarin de motivering werd aangekondigd en het telefonische contact op 12 december 2005 waarin belanghebbende verzocht werd alsnog te worden gehoord. Het feit dat de inspecteur niet wist wie het bezwaar zou behandelen en daardoor het verzoek niet bereikte, mocht niet ten koste van belanghebbende komen.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de uitspraken van de inspecteur, verklaarde de beroepen gegrond en wees de zaak terug naar de inspecteur om belanghebbende alsnog te horen. Tevens veroordeelde het Hof de Staat tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van belanghebbende.
Uitkomst: De zaak wordt teruggeworpen naar de inspecteur om belanghebbende alsnog te horen, en de eerdere uitspraken worden vernietigd.