ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ1806
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- W.H.F.M. Cortenraad
- A.H.A. Scholten
- D. Kingma
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid voor onrechtmatige daad bij bankroof en verduistering
In deze zaak ging het om een bankroof waarbij een filiaal aan de Apollolaan te Amsterdam werd getroffen. De zeventienjarige appellant was niet zelf actief betrokken bij de inbraak, maar wist van het plan en hield dit stil. Hij nam bovendien een deel van het gestolen geld in bewaring. De rechtbank had hem veroordeeld tot schadevergoeding, en het hof bevestigde deze aansprakelijkheid.
De feiten waren onbetwist: de appellant werd door een medewerker van de bank geïnformeerd over het plan en stemde ermee in om geld te bewaren tegen een vergoeding. Hij ontving twee keer geldbedragen afkomstig van de roof en verduistering, die later deels werden teruggevonden. De totale schade van de bank bedroeg ruim € 307.000, waarvan de helft werd gevorderd in hoger beroep.
De appellant voerde aan dat hij niet onrechtmatig had gehandeld, dat er geen oorzakelijk verband was en dat zijn aansprakelijkheid beperkt moest worden. Het hof verwierp deze grieven en oordeelde dat het stilhouden van het plan en het bewaren van de buit onrechtmatig was en tot volledige aansprakelijkheid leidde. Wel werd de schadevergoeding gehalveerd vanwege mede toerekenbare nalatigheid van de bank.
De uitspraak bevestigt dat ook passieve medeplichtigheid en het stilhouden van een strafbaar plan kunnen leiden tot hoofdelijke aansprakelijkheid in civielrechtelijke zin, ook bij minderjarigen. De appellant werd veroordeeld tot betaling van de helft van de schade en de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Appellant wordt hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de helft van de door de bank geleden schade en veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.