ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ0740
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Visser
- P.G. Wiewel
- G.C. Makkink
- Rechtspraak.nl
Grondslag commissie berekening over Passenger Service Charge bij IATA-luchtvaartagenten
In deze civiele zaak stond centraal of de Passenger Service Charge (PSC), een vergoeding die luchthavens aan luchtvaartmaatschappijen in rekening brengen, onderdeel uitmaakt van de grondslag voor de berekening van commissie aan IATA-luchtvaartagenten. Garuda Indonesia betwistte dat de PSC tot die grondslag behoort, met name sinds de PSC vanaf 1997 afzonderlijk op tickets wordt vermeld.
Het hof oordeelde dat de PSC, gelet op de aard ervan als vergoeding voor luchthaveninfrastructuur en diensten, en de tekst en strekking van de IATA-regels, wel degelijk tot de 'fare' behoort waarover commissie verschuldigd is. Dit geldt ook ongeacht de afzonderlijke vermelding van de PSC op tickets na 1997. De praktijk vóór 1997, waarin de PSC onderdeel was van de ticketprijs, ondersteunt deze uitleg.
Verder stelde het hof vast dat de IATA-regels ruimte bieden voor afwijkende afspraken over beloning tussen luchtvaartmaatschappijen en agenten, maar dat in dit geschil geen bewijs is geleverd van een andere beloningsvorm dan commissie. De grieven van Garuda werden grotendeels verworpen, en het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter dat de PSC deel uitmaakt van de commissiegrondslag. Garuda werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De Passenger Service Charge behoort tot de grondslag voor de berekening van commissie aan IATA-luchtvaartagenten, en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd.