ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ0728
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen persoonlijke aansprakelijkheid bestuurder voor tekortschietend vermogensbeheer
In deze civiele zaak stond de persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder van een vermogensbeheermaatschappij centraal. Geïntimeerden hadden vermogensbeheerovereenkomsten gesloten met de vennootschap, die aanzienlijke verliezen leed. Zij stelden de bestuurder persoonlijk aansprakelijk wegens ernstig verwijtbaar tekortschieten in de nakoming van de overeenkomsten.
De rechtbank had de vordering toegewezen, mede omdat de bestuurder in eerste aanleg niet was verschenen. Het hof oordeelde echter dat de persoonlijke aansprakelijkheid slechts kan worden aangenomen bij een ernstig persoonlijk verwijt, wat onvoldoende was gesteld. Ook het verweer dat de bestuurder niet-ontvankelijk zou zijn wegens niet-nakoming van het vonnis in eerste aanleg werd verworpen, omdat het belang van geïntimeerden hiervoor onvoldoende concreet was.
Het hof overwoog dat de vennootschap aansprakelijk is voor tekortkomingen in de nakoming en dat de bestuurder slechts in uitzonderlijke gevallen persoonlijk aansprakelijk is. De stellingen van geïntimeerden waren ontoereikend om dit te onderbouwen. Ook het beroep op gedragsregels en de Nadere Regeling Gedragstoezicht Effectenverkeer leidde niet tot een ander oordeel.
Het arrest vernietigt het vonnis voor zover het de bestuurder aansprakelijk stelde en wijst de vordering af. Geïntimeerden worden veroordeeld in de proceskosten, met een specificatie van de kosten aan de zijde van de bestuurder.
Uitkomst: De vordering tot persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder wordt afgewezen wegens onvoldoende ernstig persoonlijk verwijt.