ECLI:NL:GHAMS:2009:BI6413
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.C.W. Rang
- R.E. de Winter
- C. Uriot
- Rechtspraak.nl
Huur bedrijfsruimte: fietsenstalling geen middenstandsbedrijfsruimte volgens artikel 7:290 BW
Appellant exploiteert een eenmanszaak met een fietsenstalling en een reparatie-/verkoopinrichting in twee met elkaar verbonden kelderruimtes. Hij stelt dat de gehele ruimte als middenstandsbedrijfsruimte moet worden aangemerkt volgens artikel 7:290 BW Pro, mede vanwege de hogere omzet van de reparatie-/verkoopinrichting en het feit dat de fietsenstalling een acquisitiefunctie vervult.
Het hof stelt dat de kwalificatie van de huurovereenkomst afhangt van de oorspronkelijke bedoeling bij het sluiten ervan en de inrichting van het gehuurde. Hoewel de reparatie-/verkoopinrichting een middenstandsbedrijfsruimte is, overheerst het gebruik van de ruimte als fietsenstalling qua oppervlakte en bouwkundige kenmerken. De entree, steile trap, het ontbreken van een etalage en aparte verkoopruimte wijzen niet op een middenstandsbedrijfsruimte.
Het hof concludeert dat de fietsenstalling de overheersende activiteit is en dat de omzet alleen onvoldoende is om de ruimte als middenstandsbedrijfsruimte te kwalificeren. De grieven van appellant falen, de beschikking van de kantonrechter wordt bekrachtigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling. Appellant wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De grieven van appellant worden afgewezen en de beschikking van de kantonrechter wordt bekrachtigd.