ECLI:NL:GHAMS:2009:BI6338
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep invoer cocaïne via Schiphol met voorwaardelijk opzet
De zaak betreft hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Haarlem waarbij verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van invoer van cocaïne. Het hof oordeelt dat geen nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en haar neef is aangetoond, zodat medeplegen niet bewezen is.
Wel is vastgesteld dat verdachte verantwoordelijk is voor de cocaïne in haar eigen bagage. Zij had haar koffer van een onbekende derde ontvangen en nagelaten deze te controleren, terwijl zij bekend had moeten zijn met de risico's van drugssmokkel vanuit Curaçao. Hierdoor had zij voorwaardelijk opzet op het binnenbrengen van cocaïne.
Het hof past de LOVS-oriëntatiepunten toe voor straftoemeting en wijst de Haarlemse Schipholrichtlijn af. Gelet op de ernst van het feit, de hoeveelheid cocaïne en het ontbreken van eerdere veroordelingen, legt het hof een gevangenisstraf van 8 maanden op, met aftrek van voorarrest.
Daarnaast verklaart het hof diverse inbeslaggenomen voorwerpen verbeurd en beveelt teruggave van andere goederen en geldbedragen. Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en het arrest van het hof is bindend.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf voor het opzettelijk invoeren van circa 1099 gram cocaïne met voorwaardelijk opzet.