ECLI:NL:GHAMS:2009:BI4572
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.M. Vrouwenvelder
- A. Bijlsma
- K. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Indeling van meubelen met metalen onderstel en glazen blad in het Gemeenschappelijk douanetarief
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had meubelen met een metalen onderstel en glazen bladen ingevoerd en deze aangegeven onder tariefpost 9403 20 99 met een 0% douanetarief. De inspecteur stelde dat de goederen moesten worden ingedeeld onder tariefpost 9403 80 00 met een tarief van 5,6%, wat leidde tot een uitnodiging tot betaling van €5.643,40.
De rechtbank had het beroep van belanghebbende deels gegrond verklaard en de uitnodiging tot betaling verminderd. Zowel belanghebbende als de inspecteur gingen in hoger beroep bij de Douanekamer van het Gerechtshof Amsterdam. De discussie draaide om welk onderdeel van de meubelen het wezenlijk karakter bepaalt: het metalen onderstel of het glazen blad.
Het hof overwoog dat noch het onderstel noch het blad het wezenlijk karakter kon bepalen omdat beide gelijkwaardige componenten zijn. De inspecteur had zijn stelling over de hogere waarde van het blad ingetrokken. Daarom moest de indeling plaatsvinden volgens indelingsregel 3c, waarbij de post die het laatst in het tarief staat, van toepassing is. Dit leidde tot indeling onder tariefpost 9403 80 00.
De Douanekamer vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en het beroep van de inspecteur gegrond. De uitnodiging tot betaling was juist en het griffierecht werd aan belanghebbende vergoed. De uitspraak werd gedaan door drie rechters op 14 mei 2009.
Uitkomst: De meubelen worden ingedeeld onder tariefpost 9403 80 00 en de uitnodiging tot betaling van de inspecteur is gegrond verklaard.