ECLI:NL:GHAMS:2009:BI2725
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.L.L. Neervoort-Briët
- A. van Haeringen
- J.A. van Keulen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen voorlopige alimentatiebeschikking
Partijen zijn in 2003 gehuwd en de rechtbank heeft bij beschikking van 20 augustus 2008 de echtscheiding uitgesproken en een voorlopige alimentatieverplichting van de man aan de vrouw vastgesteld. De man kwam in hoger beroep tegen dit deel van de beschikking, waarbij hij verzocht de alimentatie te beperken tot € 768,- per maand en de duur te beperken tot vier jaar.
De rechtbank had de alimentatie voorlopig vastgesteld en de definitieve vaststelling aangehouden in afwachting van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap. Het hof oordeelde dat het bestreden gedeelte een tussenbeschikking betrof die geen onherroepelijk karakter heeft en derhalve niet zonder meer vatbaar is voor hoger beroep.
Volgens artikel 358 lid 4 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan tegen een tussenbeschikking slechts hoger beroep worden ingesteld tegelijk met dat van de eindbeschikking of indien de rechtbank de mogelijkheid daartoe heeft opengesteld. Geen van deze voorwaarden was hier vervuld, waardoor het hof de man niet ontvankelijk verklaarde in zijn hoger beroep.
De overige inhoudelijke stellingen behoefden geen bespreking. De beschikking werd in het openbaar uitgesproken door drie raadsheren van het Gerechtshof Amsterdam op 21 april 2009.
Uitkomst: De man wordt niet ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen de voorlopige alimentatiebeschikking.