ECLI:NL:GHAMS:2009:BI2105
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.J.M. Smit
- W.J.J. Los
- A.R. van de Veen
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende bewijs causaal verband tussen beroepsfout arts en dwarslaesie patiënt
De zaak betreft een civiel hoger beroep van een patiënt ([A]) tegen het Academisch Ziekenhuis bij de Universiteit van Amsterdam (AMC) wegens vermeende beroepsfout op de Spoedeisende Hulp (SEH). [A] stelde dat de dienstdoende arts [R] een onjuiste diagnose stelde en haar te vroeg ontsloeg, wat leidde tot een progressieve dwarslaesie. Het hof stelde vast dat [A] zich op 3 april 2002 meldde met rugpijn en tintelingen, maar dat neurologisch onderzoek toen geen uitval toonde.
Na opname in het VU Medisch Centrum bleek via MRI een viervoudige hernia met progressieve dwarslaesie. Deskundigenrapporten waren verdeeld: anesthesioloog Rutten en neuroloog Van Wijngaarden stelden dat eerder ingrijpen mogelijk gunstig was geweest, maar erkenden onzekerheid over het exacte causaal verband. Neurochirurg Elsenburg benadrukte de risico's en onzekerheden van operatief ingrijpen.
Het hof concludeerde dat ondanks de veronderstelde fout van arts [R], onvoldoende is gesteld dat deze fout causaal verband hield met de dwarslaesie. Ook het verzoek van AMC tot herstel van het vonnis inzake proceskosten werd deels afgewezen. Het voorwaardelijk incidenteel appel van AMC werd niet behandeld omdat de voorwaarde niet was vervuld. Het hof bekrachtigde het oorspronkelijke vonnis en veroordeelde [A] in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen af wegens onvoldoende gesteld causaal verband tussen beroepsfout en dwarslaesie.