ECLI:NL:GHAMS:2009:BI2097

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
20 januari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.017.833-01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 53 RvArt. 54 lid 2 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming woning door onbekende erfgenamen na overlijden huurder

Ymere vordert in kort geding de ontruiming van een woning aan de [W]straat 60 te Amsterdam, verhuurd aan wijlen [A.E.], die op 14 april 2008 is overleden. De huurovereenkomst eindigde per 30 juni 2008. De erfgenamen, onbekend en zonder bekende verblijfplaats, zijn niet verschenen en niet persoonlijk gedagvaard met naam en woonplaats.

De kantonrechter verklaarde de dagvaarding nietig wegens het ontbreken van namen van de erfgenamen, waardoor de dagvaarding hen vermoedelijk niet heeft bereikt. Ymere stelde hoger beroep in en betoogde dat zij de erfgenamen niet kent en daarom de dagvaarding op de wijze van artikel 54 lid 2 Rv Pro heeft betekend: aan de laatste woonplaats van de overledene en via aankondiging in een landelijk dagblad.

Het hof oordeelt dat Ymere een rechtsbelang heeft bij het verkrijgen van een titel tot ontruiming en dat zij niet anders kan dagvaarden dan via artikel 54 lid 2 Rv Pro. Het hof verleent verstek, vernietigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vordering tot ontruiming en betaling van gebruiksvergoeding toe. De kosten van beide instanties worden aan de erfgenamen opgelegd.

Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot ontruiming en betaling van gebruiksvergoeding toe en verleent verstek tegen de onbekende erfgenamen.

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM
EERSTE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER
ARREST
in de zaak van:
de stichting
STICHTING YMERE,
gevestigd te Amsterdam,
APPELLANTE,
advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer, te Amsterdam,
t e g e n
de gezamenlijke erfgenamen van
[A.E.]
(overleden op 14 april 2008,
laatstelijk gewoond hebbende te Amsterdam)
zonder bekende woon- of verblijfplaats,
GEÏNTIMEERDEN,
niet verschenen.
1. Het geding in hoger beroep
Partijen worden hierna Ymere en de erfgenamen [E] genoemd.
Bij exploot van 5 augustus 2008 heeft Ymere de erfgenamen [E] aangezegd dat zij in hoger beroep komt van een vonnis van de rechtbank Amsterdam, sector kanton, locatie Amsterdam, (hierna: de kantonrechter) van 9 juli 2008, in deze zaak onder kenmerk KK 08-475 in kort geding gewezen tussen haar als eiseres en de erfgenamen [E] als gedaagden, met dagvaarding van de erfgenamen [E] tegen 11 november 2008. Blijkens het exploot van dagvaarding is dat exploot betekend aan het parket van de officier van justitie bij de rechtbank Amsterdam en aan het laatste adres van wijlen [A.E.].
De erfgenamen zijn niet verschenen.
Bij rolbeslissing van 12 november 2008 is Ymere in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de wijze van betekening van het dagvaardingsexploot.
Ymere heeft daarop een akte genomen. De akte bevat tevens de grieven.
Bij rolbeslissing van 5 december 2008 is de zaak verwezen naar de eerste meervoudige burgerlijke kamer van dit hof voor de beslissing op het gevraagde verstek.
2. Beoordeling
De eerste aanleg
2.1.1 Ymere heeft de erfgenamen [E] in kort geding gedagvaard voor de kantonrechter en gevorderd, kort gezegd, dat de erfgenamen [E] zullen worden veroordeeld tot ontruiming van de woning aan de [W]straat 60 te Amsterdam en tot betaling van een gebruiksvergoeding voor de periode na 31 mei 2008, met kosten. Ymere heeft daartoe onder meer aangevoerd dat zij de genoemde woning aan [A.E.] heeft verhuurd en dat is gebleken dat [A.E.] op 14 april 2008 is overleden, zodat de huurovereenkomst per 30 juni 2008 van rechtswege eindigt.
2.1.2 Bij het vonnis waarvan beroep heeft de kantonrechter de dagvaarding nietig verklaard omdat de namen van de erfgenamen [E] niet in de dagvaarding zijn vermeld en het aannemelijk is dat daardoor de dagvaarding de erfgenamen [E] niet heeft bereikt.
Het verstek
2.2 In de exploten van dagvaarding in eerste aanleg en in hoger beroep zijn de namen en woonplaatsen van de erfgenamen [E] niet vermeld. De exploten zijn uitgebracht aan de laatste woonplaats van wijlen [A.E.] en aangekondigd in een landelijk dagblad.
2.3 Ingevolge artikel 53 Rv Pro kan in drie gevallen de vermelding van de namen en woonplaatsen van de gezamenlijke erfgenamen van een overledene achterwege blijven. Artikel 53, aanhef en onder a, Rv staat dat toe bij betekening aan de laatste woonplaats van de overledene, mits daar nog bepaalde nagelaten betrekkingen wonen. Van dat laatste is in dit geval niet gebleken. De dagvaarding is voorts niet betekend aan een van de in artikel 53 onder Pro b Rv vermelde personen of aan de persoon of de woonplaats van een van de erfgenamen, zoals voorzien in artikel 53 onder Pro c Rv.
2.4 Ymere heeft in hoger beroep gemotiveerd aangevoerd, kort gezegd, dat zij belang heeft in rechte een titel tot ontruiming van de woning te verkrijgen. De erfgenamen [E] zijn haar echter niet bekend, zodat zij niet in staat is een procedure in te leiden op de wijze als voorzien in artikel 53 Rv Pro.
2.5 Waar Ymere een in rechte te respecteren belang heeft om tegen de erfgenamen [E] een vordering in te stellen ter ontruiming van de woning, dient zij daartoe een rechtsingang te hebben. Ymere heeft (in hoger beroep) voldoende aannemelijk gemaakt dat zij niet bekend is met (de namen van) de erfgenamen [E], zodat zij deze niet op andere wijze kan dagvaarden dan voorzien in artikel 54 lid 2 Rv Pro. Die wijze van dagvaarding is in dit geval dan ook aangewezen, waarbij het ter bevordering van de ontvangst door de erfgenamen [E] dienstig is dat ook een exploot aan de laatste woonplaats van wijlen [A.E] is betekend.
2.6 Nu aan de eisen van artikel 54 lid 2 Rv Pro is voldaan, kan het gevraagde verstek worden verleend.
De zaak zelf
2.7 Ymere heeft de grieven reeds geformuleerd. De grieven hebben betrekking op de weigering van de kantonrechter verstek te verlenen en op de nietigverklaring van de inleidende dagvaarding. Met de beslissing over het verstek is de beslissing over de gegrondheid van de grieven gegeven.
2.8 Het hof heeft thans te beslissen over de in eerste aanleg ingestelde vordering. Deze vordering komt niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat het hof die zal toewijzen.
Slotsom
2.9 De kantonrechter heeft de inleidende dagvaarding ten onrechte nietig verklaard, zodat het vonnis waarvan beroep moet worden vernietigd. De vordering van Ymere zal alsnog worden toegewezen. De kosten van beide instanties komen ten laste van de erfgenamen [E].
3. Beslissing
Het hof:
verleent het gevraagde verstek;
vernietigt het vonnis waarvan beroep;
veroordeelt, opnieuw rechtdoende, uitvoerbaar bij voorraad, de erfgenamen [E]:
- de woning aan de [W]straat 60 te Amsterdam te ontruimen met al wie en al wat zich daarin vanwege hen moge bevinden, te verlaten en met afgifte van de sleutels en achterlating van al wat tot die woning behoort in behoorlijke staat ter vrije en algehele beschikking van Ymere te stellen;
- tegen kwijting aan Ymere te voldoen € 217,04 voor elke maand gedurende welke de erfgenamen [E] de woning na 31 mei 2008 in gebruik houden of hebben gehouden;
verwijst, uitvoerbaar bij voorraad, de erfgenamen [E] in de kosten van beide instanties, tot op heden aan de zijde van Ymere begroot voor de eerste aanleg op € 376,19 voor verschotten en op € 182,- voor salaris van de gemachtigde en voor het hoger beroep op € 342,19 voor verschotten en op € 894,- voor salaris van de advocaat.
Dit arrest is gewezen door mrs. T.A.C. van Hartingsveldt, R.J.M. Smit en W.J.J. Los en in het openbaar door de rolraadsheer uitgesproken op 20 januari 2009.