ECLI:NL:GHAMS:2009:BH5928
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- F.H.M. Possen
- A. Bijlsma
- E.M. Vrouwenvelder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaren teruggaaf wijnaccijns na 13 oktober 1989
Belanghebbende, een wijnhandelaar die druivenwijn importeert, diende op 13 oktober 1989 twee verzoeken om teruggaaf van wijnaccijns in voor de periode van 14 oktober 1986 tot en met 13 oktober 1989. De inspecteur verleende teruggaaf voor deze periode, maar bezwaren tegen aangiften na 13 oktober 1989 werden niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond.
Belanghebbende stelde in hoger beroep dat op alle na 13 oktober 1989 ingediende aangiften een protestclausule was geplaatst die als rechtsgeldig bezwaar of verzoek tot teruggaaf moest worden beschouwd. Het hof oordeelde dat dit niet het geval is omdat het douaneprocesrecht niet voorziet in een regeling waarbij aantekeningen op aangiften kunnen gelden als uitdrukkelijke verzoeken om teruggaaf. Bovendien is de vraag of tijdig en rechtsgeldig bezwaar is gemaakt tegen de aangiften na 13 oktober 1989 reeds onherroepelijk vastgesteld door de Tariefcommissie in 1999.
De Douanekamer bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank dat de bezwaren niet-ontvankelijk zijn. Tevens werd geoordeeld dat bezwaren die betrekking hebben op niet-bestaande beschikkingen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. De procedurekosten werden niet aan een van de partijen opgelegd.
Uitkomst: De bezwaren tegen teruggaafbeschikkingen voor aangiften na 13 oktober 1989 worden niet-ontvankelijk verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.