ECLI:NL:GHAMS:2009:BH4726
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.P. Fokker
- I.A. Katz-Soeterboek
- H. Wammes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsgeldigheid ontslag op staande voet wegens overtreding bedrijfskledingvoorschriften
In deze zaak stond de rechtsgeldigheid van het ontslag op staande voet van een filiaalmanager centraal, die gedurende enkele minuten voor het einde van haar werktijd klanten hielp in haar eigen kleding in plaats van de voorgeschreven bedrijfskleding. Dirx Drogisterijen B.V. had het ontslag gegeven na een intern onderzoek met videomateriaal en juridisch advies, maar het hof vond dat het ontslag niet onverwijld was gegeven omdat er acht dagen tussen de constatering en het ontslag lagen zonder voldoende reden voor deze vertraging.
Het hof stelde vast dat het kortstondig helpen in eigen kleding een overtreding van geringe ernst betrof die geen dringende reden voor ontslag op staande voet rechtvaardigde. De werknemer had haar bedrijfskleding al verwisseld en was bezig met administratieve taken toen zij besloot klanten te helpen vanwege drukte. De vermeende 'uitdagende' kleding werd niet aannemelijk geacht en was bovendien niet als reden in de ontslagbrief vermeld.
Verder oordeelde het hof dat eerdere waarschuwingen over andere overtredingen niet tot een dringende reden konden leiden voor het ontslag. Dirx had ook nagelaten gebruik te maken van de mogelijkheid tot schorsing voor intern beraad. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter dat het ontslag niet rechtsgeldig was en matigde de wettelijke verhoging van de proceskosten tot 25%.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig gegeven wegens het ontbreken van een dringende reden en het niet onverwijld ontslaan.