ECLI:NL:GHAMS:2009:BH4490
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- D.J. van Dijk
- A. Smeeïng-van Hees
- L.R. van der Weij
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling en gevolgen faillissement
In deze civiele zaak heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Utrecht van 1 december 2008 bekrachtigd, waarin de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling ten aanzien van appellante tussentijds werd beëindigd. De reden voor de beëindiging was het niet voldoen aan de uit de regeling voortvloeiende sollicitatieverplichting.
Appellante, een 42-jarige vrouw die parttime als alfahulp werkt en gehuwd is in algehele gemeenschap van goederen met haar echtgenoot, die eveneens onder de schuldsaneringsregeling valt, heeft zich verzet tegen deze beslissing. Zij voerde aan dat zij door lichamelijke en psychische problemen en een taalbarrière als gevolg van haar migratie vanuit Polen niet aan de sollicitatieverplichting kon voldoen. Tevens ervaart zij het als onrechtvaardig dat zij mede verantwoordelijk is voor de schulden van haar echtgenoot die zij niet heeft veroorzaakt.
Het hof overwoog dat op grond van artikel 350 lid 5 van Pro de Faillissementswet de schuldenaar van rechtswege in staat van faillissement verkeert zodra de uitspraak tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling in kracht van gewijsde is gegaan. Omdat de rechtbank de regeling terecht tussentijds had beëindigd wegens niet-naleving van de sollicitatieverplichting, werd het bestreden vonnis bekrachtigd. Het hof benadrukte dat deze bekrachtiging geen gevolgen heeft voor de schuldsaneringsregeling die op de echtgenoot van appellante van toepassing blijft.
De uitspraak werd gedaan door het hof op 5 februari 2009 na een mondelinge behandeling op 29 januari 2009, waarbij de advocaat van appellante, haar echtgenoot en de bewindvoerder aanwezig waren.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank waarin de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling is uitgesproken en stelt vast dat appellante van rechtswege in staat van faillissement verkeert.