ECLI:NL:GHAMS:2009:BH2330
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- D.B. Bijl
- E.M. Vrouwenvelder
- A. Bijlsma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake loonheffing en verzamelinkomen bij niet-uitbetaald loon
Belanghebbende was tot en met september 2004 in dienst bij A-BV, maar ontving slechts loon tot en met juni 2004. Het achterstallige loon over juli tot en met september 2004 werd pas in 2005 uitbetaald. De inspecteur stelde de aanslag inkomstenbelasting 2004 vast op basis van het daadwerkelijk genoten loon tot juni 2004, terwijl belanghebbende uitging van het hogere bedrag op de jaaropgaaf, inclusief loonheffing over het niet-uitbetaalde loon.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, omdat volgens artikel 3.146 Wet IB 2001 loon pas wordt geacht te zijn genoten wanneer het daadwerkelijk is ontvangen of vorderbaar en inbaar is geworden. De loonheffing over het niet-uitbetaalde loon kon niet worden verrekend omdat dit loon in 2004 niet was genoten en de werkgever geen loonheffing had afgedragen.
Het hof bevestigt dit oordeel en stelt dat de jaaropgaaf niet doorslaggevend is indien deze evident onjuist is. Het verzamelinkomen wordt vastgesteld op € 3.431, rekening houdend met het daadwerkelijk genoten loon en de juiste loonheffing. Tevens wordt de inspecteur veroordeeld in de proceskosten en wordt het griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: Het hof stelt de aanslag inkomstenbelasting 2004 vast op basis van het daadwerkelijk genoten loon en verrekent de juiste loonheffing, waarbij het beroep van belanghebbende wordt toegewezen.