ECLI:NL:GHAMS:2008:BH4458
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tussentijdse beëindiging wettelijke schuldsaneringsregeling en faillissement
De rechtbank Utrecht had op verzoek van appellanten de wettelijke schuldsaneringsregeling tussentijds beëindigd omdat zij niet konden voldoen aan de verplichtingen uit de regeling. Dit leidde ertoe dat zij van rechtswege in staat van faillissement kwamen.
Appellanten gingen in hoger beroep omdat zij meenden dat zij niet goed waren geïnformeerd over het boedelsaldo, waardoor zij ten onrechte dachten niet failliet te worden verklaard. Zij verzochten om voortzetting van de regeling en stelden zich te zullen inspannen om aan de voorwaarden te voldoen.
De waarnemend bewindvoerder stelde dat appellanten voldoende informatie hadden kunnen inwinnen over het boedelsaldo en dat zij niet aan hun verplichtingen hadden voldaan. Het hof oordeelde dat het niet aannemelijk was dat appellanten nu wel aan de verplichtingen konden voldoen en dat het risico van faillissement hen bekend was bij het verzoek tot beëindiging.
Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de rechtbank en wees het hoger beroep af, waardoor de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling en het faillissement van appellanten ongewijzigd bleef.
Uitkomst: Het hof bevestigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling en het faillissement van appellanten.