ECLI:NL:GHAMS:2008:BH3709
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- A. Smeeïng-van Hees
- A.E.F. Hillen
- A.M.C. Groen
- Rechtspraak.nl
Opheffing conservatoir derdenbeslag wegens ondeugdelijke vordering pensioenfonds
In deze zaak stond de vraag centraal of het conservatoir derdenbeslag dat het Pensioenfonds had gelegd ten laste van appellant terecht was. Het beslag was gelegd vanwege een vermeende onbetaalde huurschuld van de vennootschap Steengoed, waarvan appellant als bestuurder werd aangemerkt. Steengoed was failliet verklaard en bood geen verhaal voor de vordering.
Het hof oordeelde dat appellant voldoende aannemelijk had gemaakt dat het pensioenfonds geen deugdelijke vordering had. De financiële situatie van Steengoed was weliswaar niet rooskleurig ultimo 2005, maar appellant hoefde niet te begrijpen dat Steengoed haar verplichtingen niet zou kunnen nakomen, mede omdat de huurbetalingsverplichtingen pas per 1 maart 2007 zouden ingaan en de winkel pas in maart 2006 zou openen.
Verder was er geen bewijs dat appellant als bestuurder onrechtmatig had gehandeld door het bewerkstelligen of toelaten van het niet nakomen van verplichtingen. Ook de stellingen over selectieve betalingen en het wegvoeren van winkelvoorraden werden door appellant gemotiveerd weersproken en onvoldoende onderbouwd door het pensioenfonds.
Het hof vernietigde het vonnis van de voorzieningenrechter en wees de gevorderde opheffing van het conservatoir derdenbeslag toe. Het pensioenfonds werd veroordeeld in de proceskosten van alle instanties. Het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het conservatoir derdenbeslag wordt opgeheven wegens ondeugdelijke vordering van het pensioenfonds.