ECLI:NL:GHAMS:2008:BH0171
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- F.H.M. Possen
- A. Bijlsma
- E.M. Vrouwenvelder
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake bevoegdheid en terugbetaling antidumpingrechten glyfosaatimport
Belanghebbende, een douane-expediteur, deed tussen 1997 en 2001 aangiften voor invoer van glyfosaat met als oorsprong Taiwan, terwijl de goederen feitelijk uit China afkomstig waren. De inspecteur legde antidumpingrechten op en weigerde terugbetaling op grond van artikel 239 van Pro het Communautair douanewetboek (CDW), zonder de zaak aan de Europese Commissie voor te leggen.
Na afwijzing van bezwaar en een ongegrond verklaard beroep bij de rechtbank, stelde belanghebbende hoger beroep in bij de Douanekamer van het Gerechtshof Amsterdam. Het hof oordeelde dat antidumpingrechten als rechten bij invoer moeten worden aangemerkt volgens artikel 4, punt 10, en artikel 201 CDW Pro, en dat de wettelijke grondslag in een EG-verordening volstaat.
Het hof stelde vast dat de inspecteur de zaak alsnog aan de Commissie moet voorleggen, mede gelet op het arrest CAS SpA van het Hof van Justitie en de complexe frauduleuze context, waarbij belanghebbende niet nalatig of misleidend handelde. De eerdere uitspraken en besluiten werden vernietigd, en de inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten en griffierechten van belanghebbende.
Uitkomst: Het Gerechtshof vernietigt eerdere uitspraken en beveelt de inspecteur de zaak aan de Europese Commissie voor te leggen voor terugbetaling van antidumpingrechten.