ECLI:NL:GHAMS:2008:BG5943
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar
- P.G. Wiewel
- H.M. de Mol van Otterloo
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot gebruik benedenappartement als bedrijfsruimte ondanks gemeentelijke bouwvergunning
In deze zaak staat centraal of het benedenappartement, dat volgens de splitsingsakte bestemd is als bedrijfsruimte, ook als woonruimte mag worden gebruikt. De gemeente heeft aan de eigenaar van het benedenappartement een bouwvergunning verleend om het appartement tot woning te verbouwen. De Vereniging van Eigenaars (VvE) heeft echter geweigerd toestemming te geven voor deze bestemmingswijziging, waarop de eigenaren van het benedenappartement een verzoek tot vernietiging van dit besluit hebben ingediend.
De kantonrechter had het besluit van de VvE vernietigd op grond van redelijkheid en billijkheid, maar het hof vernietigt deze beschikking en wijst het verzoek af. Het hof stelt vast dat de splitsingsakte van 1996 duidelijk voorschrijft dat het benedenappartement als bedrijfsruimte moet worden gebruikt en dat deze privaatrechtelijke bestemming bindend is voor opvolgende eigenaren.
De gemeentelijke bouwvergunning en sloopvergunning zijn bestuursrechtelijke besluiten die geen invloed hebben op de privaatrechtelijke verplichtingen voortvloeiend uit de splitsingsakte. Het hof benadrukt dat derden mogen afgaan op de splitsingsakte en dat een wijziging van de bestemming alleen mogelijk is via de wettelijke procedure in titel 9 van Boek 5 BW. Het verzoek van de benedenappartementseigenaren wordt daarom afgewezen en zij worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot vernietiging van het VvE-besluit af en bevestigt de privaatrechtelijke verplichting het benedenappartement als bedrijfsruimte te gebruiken.