ECLI:NL:GHAMS:2008:BG4942
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Mintjes
- Abbink
- Coumans
- Rechtspraak.nl
Beklag afgewezen wegens noodweer door motoragent bij confrontatie met mesdragend slachtoffer
Op 11 maart 2007 ontstond een confrontatie tussen een motoragent en een man met een bebloed gezicht die een groot vleesmes boven zijn hoofd hield. De motoragent wilde het slachtoffer helpen en parkeerde zijn motor, maar kon niet weg toen het slachtoffer op hem af rende met het mes geheven. De agent waarschuwde het slachtoffer te stoppen, maar deze gaf geen gehoor. Uit angst voor zijn leven en gezien zijn positie, kon de agent niet anders dan zijn dienstwapen gebruiken, waarna het slachtoffer ter plekke overleed.
Na een uitgebreid en onafhankelijk onderzoek, inclusief getuigenverhoren, reconstructie en advies van de Adviescommissie politieel vuurwapengebruik, besloot de officier van justitie de agent niet te vervolgen wegens noodweer. Klaagster, de echtgenote van het slachtoffer, deed hiertegen beklag, stellende dat onvoldoende onderzoek was gedaan en dat alternatieven zoals traangas mogelijk waren.
Het hof oordeelde dat het onderzoek voldoende was en dat de agent terecht uit noodweer handelde. De dreigende situatie, de korte afstand, de positie van de agent en het ontbreken van andere mogelijkheden maakten het gebruik van het vuurwapen noodzakelijk. Het beklag werd daarom ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het beklag af omdat de motoragent uit noodweer handelde en terecht niet werd vervolgd.