ECLI:NL:GHAMS:2008:BG3914
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Asperen de Boer - Delescen
- De Poorter
- Schalken
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek niet vervolgen bij overlijden arrestant door mogelijke positionele asphyxie
Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 10 november 2008 het verzoek tot bewilliging van niet verdere vervolging afgewezen in de zaak rond het overlijden van een arrestant op 12 juni 2003 in een observatiecel. Het hof baseert zich op medische rapporten die tegenstrijdige oorzaken geven voor het overlijden, waarbij positionele asphyxie (dooddrukken) als mogelijke doodsoorzaak wordt gezien.
De medische deskundigen prof. dr. J.H. Zwaveling en dr. mr. C. Das verschillen fundamenteel van mening over de oorzaak van de fatale hartritmestoornis die tot het overlijden leidde. Zwaveling acht positionele asphyxie de oorzaak, terwijl Das dit uitsluit en wijst op een spontane hartritmestoornis mogelijk gerelateerd aan cocaïnegebruik, hoewel toxicologisch onderzoek geen aanwijzingen daarvoor gaf.
Het hof stelt dat de discrepantie tussen verklaringen van arrestantenverzorgers en politieambtenaren en de medische bevindingen cruciaal is. Gezien de ernst van het overlijden en de publieke verantwoordingsplicht van overheidsfunctionarissen acht het hof voldoende aanwijzingen aanwezig voor strafvervolging wegens primair doodslag of subsidiair dood door schuld.
Het hof beveelt de officier van justitie tot dagvaarding van zes arrestantenverzorgers en benadrukt dat een onafhankelijk, openbaar en kritisch onderzoek noodzakelijk is. Het oordeel over schuld en strafmaat wordt overgelaten aan de strafrechter, waarbij ook mogelijke verzachtende omstandigheden en schending van de redelijke termijn kunnen worden betrokken.
Uitkomst: Verzoek tot niet vervolging afgewezen; dagvaarding van zes arrestantenverzorgers bevolen wegens primair doodslag en subsidiair dood door schuld.