ECLI:NL:GHAMS:2008:BG3875
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Haentjens
- Chorus
- Bronkhorst
- Rechtspraak.nl
Beslissing over niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen schorsing voorlopige hechtenis
In deze zaak behandelde het Gerechtshof Amsterdam het hoger beroep van verdachte tegen de beslissing van de rechtbank Haarlem van 10 juni 2008, waarin het verzoek tot opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis was afgewezen.
Het hof heeft de stukken en de gronden van de rechtbank bestudeerd en heeft de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door zijn raadsman, gehoord. Anders dan de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat de grond voor voorlopige hechtenis gebaseerd op waarheidsvinding van kracht blijft tot de eindbeslissing van de rechter die over de feiten oordeelt.
Het hof verklaart verdachte niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis, omdat het hoger beroep tegen deze beslissing volgens artikel 406, tweede lid, Wetboek van Strafvordering alleen gelijktijdig met het hoger beroep tegen de einduitspraak is toegestaan.
Daarom wijst het hof het beroep af voor zover het nog aan het oordeel van het hof onderworpen is. Deze beschikking is gegeven in raadkamer op 13 augustus 2008 door de raadsheren Haentjens, Chorus en Bronkhorst.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep tegen schorsing voorlopige hechtenis en het beroep is afgewezen.