ECLI:NL:GHAMS:2008:BG0962
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.K.B. van Daalen
- Valk
- Van der Beek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging erfdienstbaarheid afmeren vaartuigen en verwijdering steiger onrechtmatig
In deze zaak staat centraal of appellante door verjaring eigenaar is geworden van een strook water of een erfdienstbaarheid heeft verkregen voor het afmeren van vaartuigen aan haar oever. Het hof oordeelt dat appellante geen eigenaar is geworden, maar wel een erfdienstbaarheid heeft verkregen voor het afmeren van twee vaartuigen zonder liggeld. Dit bezit is ondubbelzinnig en zichtbaar sinds 1920, met een remmingwerk geplaatst in 1980.
Het hof wijst de stelling van geïntimeerden af dat voor het gebruik toestemming is verleend, waardoor de verjaring niet zou zijn voltooid. Ook is vastgesteld dat het remmingwerk zonder toestemming is geplaatst en onrechtmatig is verwijderd door geïntimeerden. De kwestie van het remmingwerk wordt aangehouden voor bewijslevering.
Daarnaast oordeelt het hof dat de plaatsing van een steiger binnen twee meter van de erfgrens van appellante inbreuk maakt op haar privacy en dat zij zich hiertegen kan verzetten. De vordering tot verwijdering van de steiger wordt toegewezen.
Het hof laat geïntimeerden toe tegenbewijs te leveren over de toestemming voor het remmingwerk en bepaalt nadere procedure voor getuigenverhoor. De zaak wordt verder aangehouden in afwachting van bewijsvoering en eventuele minnelijke regeling.
Uitkomst: Appellante verkrijgt door verjaring een erfdienstbaarheid voor het afmeren van twee vaartuigen zonder liggeld en de steiger wordt onrechtmatig geoordeeld en moet worden verwijderd.