ECLI:NL:GHAMS:2008:BF7494
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- Knottnerus
- Van den Brink
- Quint
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake derdenverklaring bij conservatoir derdenbeslag onder Fortis Bank
Alba en [B.V. 1] hebben een geschil over een kredietovereenkomst gesloten in augustus 2003. Alba legde conservatoir derdenbeslag onder Fortis Bank om haar vorderingen veilig te stellen. Fortis, als derde-beslagene, legde verklaringen af waarin zij aangaf dat alleen een specifiek rekeningnummer van [B.V. 1] met een negatief saldo bestond en dat er geen andere vorderingen of rekeningen betroffen waren.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de derdenverklaring van Fortis onvolledig was en veroordeelde Fortis tot het verstrekken van nadere informatie. Fortis ging hiertegen in hoger beroep. Het hof stelde vast dat Fortis met haar verklaringen, inclusief een aanvullende brief, voldoende duidelijk had gemaakt dat de beslagen geen doel hadden getroffen.
Het hof overwoog dat de verklaring van de derde-beslagene op grond van artikel 476a en 476b Rv waarheidsgetrouw en met bewijs gestaafd moet zijn. Fortis had dit gedaan door aan te geven dat alleen het genoemde rekeningnummer met debetsaldo bestond en dat er geen andere rekeningen of vorderingen waren die door het beslag waren getroffen.
De stellingen van Alba dat er mogelijk andere rekeningen met positieve saldi bestonden, werden door het hof verworpen wegens gebrek aan onderbouwing. Ook het bezwaar dat beslag op niet-benutte kredietruimte mogelijk zou zijn, werd afgewezen omdat dit niet strookt met Nederlands beslag- en faillissementsrecht.
Het hof vernietigde het vonnis van de voorzieningenrechter, wees de vorderingen van Alba af en veroordeelde Alba in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst de vorderingen van Alba af.