ECLI:NL:GHAMS:2008:BF7388
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Smeeïng-van Hees
- Van den Brink
- Van Rossum
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindigingsovereenkomst arbeidsovereenkomst ondanks betwisting wilsgebreken
Appellant was in dienst bij Lidl op basis van een contract van zes maanden, dat eindigde met een beëindigingsovereenkomst ondertekend door beide partijen met de reden 'vertrouwen'. Appellant stelde dat hij onder druk was gezet en niet begreep dat hij instemde met ontslag, terwijl Lidl stelde dat appellant betrapt was op diefstal en bewust koos voor beëindiging met wederzijds goedvinden.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de overeenkomst tot stand kwam door misbruik van omstandigheden en dwaling, onder meer omdat hij onvoldoende Nederlands sprak, overstuur was en niet was geïnformeerd over de gevolgen. Het hof overwoog dat Lidl een consistent feitenrelaas ondersteund door schriftelijke stukken had gegeven en dat appellant zelf toegaf op de hoogte te zijn van de reden van beëindiging.
Het hof concludeerde dat appellant voldoende tijd had gehad om zijn positie te overdenken en dat er geen concrete feiten waren die wilsgebreken konden aantonen. Het bewijsaanbod van appellant werd niet toegelaten. De grieven faalden en het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank, veroordeelde appellant in de kosten en verklaarde het arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en verklaart de beëindigingsovereenkomst rechtsgeldig zonder wilsgebreken.