ECLI:NL:GHAMS:2008:BF0106
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H.M. Possen
- A. Bijlsma
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vaststelling douanewaarde en uitnodigingen tot betaling door inspecteur
Belanghebbende, een douane-expediteur, maakte bezwaar tegen uitnodigingen tot betaling van douanerechten en omzetbelasting, opgelegd door de inspecteur wegens vermeende onjuiste aangiften van douanewaarde voor linnenimporten in 1997-1999.
De inspecteur stelde de douanewaarde vast op basis van artikel 29 van Pro het CDW, de transactiewaarde, en in enkele gevallen op grond van artikel 30, de methode van identieke goederen. Uit onderzoek door de FIOD bleek dat facturen waren gemanipuleerd, onder meer met correctielint, en dat de in de administratie aanwezige douanewaarde hoger was dan aangegeven. Belanghebbende voerde aan dat de uitnodigingen tot betaling onterecht waren, onder meer wegens overschrijding van de driejaarstermijn en gebrek aan bewijs.
De Douanekamer oordeelde dat de inspecteur voldoende gespecificeerde berekeningen en bewijs had geleverd, dat de aansprakelijkheid van belanghebbende als aangever voortvloeit uit artikel 201, derde lid, van het CDW, en dat de driejaarstermijn was gerespecteerd. Het beroep werd ongegrond verklaard, waarbij geen proceskosten werden toegewezen.
De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van douanewaardebepaling en de aansprakelijkheid van de aangever, ook bij manipulatie van documenten door derden, en onderstreept het belang van correcte en controleerbare facturatie bij importprocedures.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de vastgestelde douanewaarde en uitnodigingen tot betaling wordt ongegrond verklaard.