ECLI:NL:GHAMS:2008:BF0056
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H.M. Possen
- A. Bijlsma
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over juiste vaststelling douanewaarde en aansprakelijkheid douane-expediteur
Belanghebbende, een douane-expediteur, voerde namens opdrachtgevers aangiften ten invoer uit voor vlasweefsels. De inspecteur stelde vast dat de douanewaarde onjuist was aangegeven, met name doordat de 'raw material cost' niet was opgenomen. Na onderzoek, waaronder een FIOD-onderzoek, bleek dat facturen waren gemanipuleerd en dat de werkelijke douanewaarde hoger was dan aangegeven.
De inspecteur legde uitnodigingen tot betaling op voor douanerechten en omzetbelasting, deels gebaseerd op artikel 29 van Pro het CDW (transactiewaarde) en in enkele gevallen artikel 30 CDW Pro (identieke goederen). Belanghebbende betwistte de vaststelling en aansprakelijkheid, onder meer vanwege het ontbreken van een juiste wettelijke basis en de goede trouw bij het gebruik van facturen.
Het Gerechtshof overwoog dat de inspecteur de douanewaarde correct had vastgesteld, dat de aansprakelijkheid van belanghebbende als aangever voortvloeit uit artikel 201, derde lid, van het CDW, en dat goede trouw hierbij niet relevant is. De gespecificeerde berekeningen van de inspecteur werden als toereikend beoordeeld. Het beroep werd ongegrond verklaard, waarbij de inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de uitnodigingen tot betaling blijven in stand.