ECLI:NL:GHAMS:2008:BE7125
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.M. van Woensel
- R.C.P. Haentjens
- M.J. Borgers
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van bewijs witwassen ondanks fiscale onregelmatigheden
In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor witwassen van ongeveer €583.700,-, gestort op een Luxemburgse bankrekening in de periode juli tot oktober 2002. De verdachte was vennoot in meerdere vennootschappen die coffeeshops exploiteerden. De fiscus stelde dat de inkomsten onvoldoende waren om deze stortingen te verklaren.
Het hof constateerde dat essentiële fiscale gegevens ontbraken, waardoor niet met zekerheid kon worden vastgesteld dat de gelden uit een misdrijf afkomstig waren. De suggestie dat de verdachte betrokken was bij drugshandel of opzettelijke belastingontduiking was ontoereikend als bewijs.
Het hof oordeelde bovendien dat het niet, onjuist of niet tijdig doen van belastingaangifte geen grondslag vormt voor witwassen onder artikel 420bis Sr, omdat dit geen gronddelict is waarop die bepaling ziet. De wetsgeschiedenis en jurisprudentie ondersteunen dit standpunt.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank Amsterdam en sprak de verdachte vrij van het tenlastegelegde witwassen. Het hof benadrukte dat fiscale belangen adequaat beschermd worden via fiscale en strafrechtelijke instrumenten, en dat het strafrecht niet moet worden ingezet voor niet-fiscale gronddelicten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat de gelden uit een misdrijf afkomstig zijn.